Header Vitamine B2

Riboflavine (vitamine B2): kleurrijk en complex als de zee

di 12 sep 2017

Na het anker van de ‘Challenger’ te hebben gelicht, ontdekte de heer C. Wyville Thomson begin 1874 een bijzonder verschijnsel op de oceaan. In het historisch verslag van zijn ontdekkingsreis beschreef hij onbewust een bijzonder kenmerk van riboflavine, dat we ook kennen onder de naam vitamine B2.

Thomson maakte melding van een merkwaardig licht in een maanloze nacht op een inktzwarte oceaan. Op de rimpelingen van het water verscheen een fluorescerend witte glans, die uitwaaierde tot een zee van licht. Later zou men dit spectaculaire proces, waarin flavine en zuurstof reduceren onder invloed van het enzym luciferase, bioluminescentie noemen. In dit geval waren in zee levende bacteriën verantwoordelijk voor het prachtige schouwspel. Andere organismen die gebruik maken van bioluminescentie zijn o.a. vuurvliegen, gloeiwormen en tal van diepzeevissen. Het bovengenoemde proces wordt nauwkeurig beschreven door Beckeret et al. (2003). Uit zijn beschrijving blijkt ook dat de vitamine gevoelig is voor afbraak door zuurstof en licht.

Riboflavine geeft kleur
Ongeveer in dezelfde tijd onderzocht de Engelse chemist Blyth koemelk. Hij isoleerde een geelgroen pigment dat hij aanvankelijk lactochroom noemde. Het duurde nog een kleine 60 jaar voordat deze stof goed werd begrepen. Een belangrijke aanjager was de ontdekking dat dit pigment deel uitmaakte van het vitamine B-complex. De chemici Richard Kuhn in Heidelberg en Paul Karrer in Zurich gaven het fluorscene pigment de naam 'riboflavine'. De naam is afgeleid van ribose – de suiker die een deel van de structuur vormt – en van flavine – de ringvormige groep die het molecuul zijn gele kleur geeft. ‘Flavus’ is het Latijnse woord voor geel. En na een hoge opname van vitamine B2 is het de flavinecomponent die urine een opvallende, felgele kleur geeft. In pure vorm vindt riboflavine ook toepassing als de gele kleurstof E101.

Riboflavine is veelzijdig
Riboflavine komt in diverse vormen voor en is onderdeel van de co-enzymen Flavine Mononucleotide (FMN) en Flavine Adenine Dinucleotide (FAD). Deze flavoproteïnen zijn intermediairs in de energieoverdracht van elektronen in redox reacties op cellulair niveau. Het oxideren van substraat genereert energie in de vorm van ATP.
Als onderdeel van het cellulaire metabolisme zijn flavoproteïnen vooral betrokken bij het metabolisme van koolhydraten. Zij zijn echter ook essentieel voor het aminozuurmetabolisme, als onderdeel van de aminozuur oxidasen. Last but not least zijn flavoproteïnen noodzakelijk voor de synthese en oxidatie van vetten en kunnen zij schadelijke radicalen neutraliseren.

B-complex
Riboflavine geeft kleur aan heel wat processen. We vinden het terug in groenten en diverse producten van dierlijke oorsprong. Maar toch staat deze vitamine zelden alleen. Bij het verkrijgen van energie uit bijvoorbeeld koolhydraten werkt het samen met thiamine (B1), pantotheenzuur (B5) en niacine (B3); verschillende stoffen, die identieke biochemische routes bewandelen. De behoeften aan deze individuele vitamines zijn daarom voor een belangrijk deel gecorreleerd.
Tussen niacine en riboflavine is al een nauwe band vastgesteld. Flavoproteïnen kunnen namelijk ook H+ ionen krijgen van nicotinamide adenine dinucleotide fosfaat (NAD(P)). Verder is de omzetting van vitamine B6 en B9 naar hun actieve vorm ook afhankelijk van riboflavine. De term B-complex krijgt hierdoor een diepere betekenis. Studies van Mahan et al. (2007) of Stahly et al (2007) laten het positieve effect zien van een hogere dosering vitamine B-complex op groei- en productieparameters van varkens met een hoge groeicapaciteit. Individuele aanbevelingen voor B-vitamines zijn nooit los te koppelen van het totale B-complex. De nutritionisten van Twilmij geven u graag advies.