Varken Big uitsn 2

Vezel speelt cruciale rol in gezonde opfok van biggen

di 22 mei 2018

Een succesvolle opfok van biggen vereist voeding die de opnamecapaciteit na het spenen reguleert en eiwitfermentatie voorkomt. De mate waarin sturing op opname wenselijk is, wordt al vóór het spenen bepaald en hangt nauw samen met de verstrekte biggenvoeding in de kraamstalperiode. Voedingsvezels hebben grote invloed op de vertering. Ze zijn een belangrijk bestanddeel van de biggenkern TWILMIX Ultimo en de nieuwe biggenkern TWILMIX Ultimo 2.0.

Nu beschermende middelen zoals zink en koper minder gebruikt mogen worden, verdient de ondersteuning van het immuunsysteem van de dieren zelf meer aandacht tijdens de kraamstalperiode. Het voorkomen van beschadigingen van de darmvilli en een juiste ontwikkeling daarvan zijn in dit verband erg belangrijk. Slimme prebiotische producten en/of antimicrobiële producten kunnen pathogenen de baas blijven en de darmvilli op verantwoorde wijze voeden. Eiwitfermentatie in de dikke darm blijft echter een punt van zorg. Om dit te voorkomen is een goede voorvertering van het eiwit noodzakelijk. De voeding moet daarvoor zijn afgestemd op de maagvertering en ruwe celstof aanbod van juiste vezels speelt daarin een voorname rol.

FK, IK en eiwitvertering
Dat de voorvertering van eiwit in de maag begint, is geen nieuws. Wel nieuw zijn de inzichten over de grondstoffen, additieven en hun onderlinge verhoudingen die de eiwitvertering kunnen optimaliseren. De nutritionele kengetallen Fermenteerbare Koolhydraten en Inerte Koolhydraten (FK en IK) – twee belangrijke nutriënten in de beoordeling van voedingsvezels – zijn al geruime tijd ingeburgerd. Een goede verhouding tussen beide componenten, afkomstig uit de juiste grondstoffen, zorgt in eerste instantie voor een pasta-achtige substantie in de maag. Deze substantie is nodig om in de maag op de juiste plaatsen de juiste pH-niveaus tot stand te brengen voor een optimale voorvertering.
Ook de verblijftijd van de voedselbrij in de maag is van belang. Enzymen hebben immers tijd nodig om goed op de eiwitstructuren in te werken. De verblijftijd hangt af van het samenhangende geheel van grondstoffen, deeltjesgrootte, de pH van het voer en de zuurbuffercapaciteit van het voer.

Keuze koolhydraten en gehaltes
Uit recente studies blijkt voorts dat zetmeelgehalte en -samenstelling de doorstroomsnelheid van de voedselbrij beïnvloeden. Een (te) hoog aandeel van (ontsloten) tarwezetmeel resulteert bijvoorbeeld in een (te) snelle pH-stijging in de maag en beïnvloedt de deeltjesgrootte van het rantsoen. Beide hebben gevolgen voor de verblijftijd van de voedselbrij in de maag.
In onze proefstallen hebben we ook ervaren dat hoge aandelen mais de kans op diarree vergroten. Dit hangt samen met de moeilijk doordringbare zetmeelstructuur van mais. Het laatste deel van de dunne darm en de dikke darm zijn bij jonge biggen nog onvoldoende ontwikkeld om veel van dit zetmeel te kunnen verteren.

TWILMIX Ultimo en Ultimo 2.0
Met de Ultimo voerkernen, in bijbehorende samenstellingen, levert Twilmij een hoogwaardig voedingssupplement dat een gezonde spijsvertering en een uitgebalanceerde voeropname bij jonge biggen ondersteunt. Dit draagt tevens bij aan een goed functionerend immuunsysteem.

Voor biggen met een wat lagere voeropnamecapaciteit in combinatie met een goede voeropname vóór het spenen zijn de vertrouwde Ultimo adviesnormen nog steeds van kracht. Naast de juiste samenstelling en opbouw van grondstoffen (waaronder voedingsvezels) bevat de Ultimo biggenkern ingrediënten die extra bescherming bieden, zoals gisten en gistproducten, SCFA’s, MCFA’s, etherische oliën, enzymen en vitaminen, mineralen etc., eveneens in de juiste verhoudingen.

Om gewapend te zijn tegen een extra hoge opnamecapaciteit van biggen direct na spenen, in combinatie met een matig ontwikkelde enzymproductie, heeft Twilmij naast de vertrouwde Ultimo de Ultimo 2.0 ontwikkeld, die o.a. een hoger aandeel voedingsvezels bevat. Ook voor biggen die opgefokt worden onder een matig (voer)management blijkt Ultimo 2.0 bij te dragen aan een betere beheersbaarheid van de bekend problematiek rond het spenen. De verwachting is dat deze problematiek door verdere aanscherping van de regelgeving (lees: het gefaseerd uitbannen van zink en koper als additieven in biggenvoeding) nog verder zal toenemen.

Advies op maat
De eerste praktijkproeven zijn afgesloten en lijken veel te beloven. Hoewel de ontwikkeling van de Ultimo 2.0 nog niet volledig is afgerond, kunnen de nutritionisten van Twilmij u nu al een passend voeradvies geven in relatie tot speenproblematiek, rekening houdend met genetica, eventueel nog gebruikte zware metalen, medicijngebruik en wisselend voermanagement. Ondertussen blijven wij optimaliseren en informeren wij u zodra er weer iets te melden valt. Referenties m.b.t. dit artikel zijn op aanvraag beschikbaar.